Muros

SpanjeGalicië is genieten

Vanuit het vliegtuig valt al op hoe verrassend groen Galicie is. Gevoegd bij de glooiende heuvels doet het mijn vrouw denken aan Toscane. Het is einde ochtend wanneer we op het vliegveld van Santiago de Compostela landen. En ondanks dat we al ver in de herfst zijn, lijkt het hier nog zomer.

We checken in in de Parador de los Reis Catolicos in Santiago de Compostela, één van de vele Paradores de Turismo de España. Een parador is een oud (overheids)gebouw, zoals bijvoorbeeld een kasteel, een klooster of een hacienda (boerderij), dat door de overheid is omgebouwd tot hotel. Onze parador, gebouwd in 1499 als hospitaal voor pelgrims, zetelt aan het centrale plein waar arriverende pelgrims het einde van hun Camino, hun bedevaart, vieren. Zingend en lachend met meestal een fles van het een of ander binnen handbereik. ‘s Avonds klinkt dit pleingedruis samen met een soort doedelzakmuziek (deze streek is van oorsprong Keltisch) zachtjes door ons hotelraam. Je waant je in de middeleeuwen…

Brandschoon

Tijdens een korte wandeling door het historisch centrum valt direct op dat de stad brandschoon is, net zoals de gehele streek: green & clean! De lunch genieten we in Pazo de Altamira met een goed glas Godello erbij, samen met Alberiño, dé bekendste witte wijn van Galicië. 

Kathedraal van Santiago de Compostela

Tijdens een excursie naar de kathedraal van Santiago leren we alles over het beroemde Portico de la Gloria, de bijzondere entree. Mestre Mateo was de bedenker en maker van de Portico, die in de 12e eeuw voor een belangrijk omslagmoment heeft gezorgd in de religieuze beeldhouwkunst. Van harde uitdrukkingsloze heiligenbeelden creëerde hij plots levende mensen, die lachen en met elkaar praten. En in prachtige kleuren. Hij gaf gevoel aan steen.

Wierookvat

De kathedraal zelf is gigantisch. Het graf van de apostel Jacobus (Santiago) bezoeken we eerbiedig, we ontdekken een levensgroot beeld van Santiago dat aangeraakt en omhelsd mag worden. Stille wensen worden dan door hem mogelijk. En we bewonderen natuurlijk de Botafumeira, een één meter zestig groot wierookvat - destijds gemaakt om de stank van de pelgrims te neutraliseren – dat op hoogtijdagen door acht man door de kerk wordt gezwaaid. Voor ons wilden ze het ook wel doen, maar alleen voor driehonderd euro, dus daarvoor hebben we vriendelijk bedankt.

Graf Jacobus
  • Ingang naar het graf van apostel Jacobus.

Panorama's langs de Spaanse kust

Rijdend langs de kust word je getrakteerd op prachtige panorama’s en de Atlantische Oceaan is hier en daar zelfs diep turquoise. We verbazen ons over de kilometerslange en uitnodigende stranden, die door de eb nog breder lijken. We vervolgen onze weg over een lange brug naar Isla de la Toja, voor een bezoek aan de natuurlijke wellness. Hier doezelen we een half uur in warm pruttelend bruin bronwater en worden daarna stevig en degelijk gemasseerd door vriendelijke Spaanse dames. 

Bezoek wijnhuis

Lekker opgefrist melden we ons bij Pazo de Fefiñans, een wijnhuis dat Alberiño produceert. Juan Luis verhaalt bij het portret van zijn overgrootvader enthousiast over de familiegeschiedenis. Het hele huis ademt historie. Ik word steeds nieuwsgieriger naar de Alberiño. Hij vertelt hoe de druif aan pergola’s verbouwd wordt en niet aan stokken, om de wind de kans te geven de schimmels eraf te blazen.

Alberino
  • Alberiño, dé wijn van Galicië.

Proeven van de Alberiño

In een hoekje van de enorme tuinen van dit landgoed strijken we neer en Juan tovert een fles tevoorschijn. Het is zover! Ik krijg mijn eerste proefles: eerst de neus erin, ik ruik citroen, dan het bouquet naar boven walsen, weer de neus erin, meer citroen en dan een slokje, goed door de mond laten gaan, dan pas richting maag. De wijn is fantastisch, vooral omdat ik hem zo langzaam heb geproefd, met aandacht.

Wijnhuis
  • Bezoek aan het wijnhuis.
Zingend en lachend en met een fles binnen handbereik...

Ratelen in het Spaans

Met topchef Lucía Freitas gaan we de markt over. Tijdens haar inkopen ratelt ze in het Spaans met de marktlui. Het gaat snel, maar met handen en voeten én met proeven komen we een heel eind! Zeer interessant en vooral gezellig, want om elf uur zitten we al aan de oesters met een half glas wijn! Ook tikken we Muros aan, een oud vissersdorpje met overal galerie-achtige plekken waar vroeger de netten te drogen hingen en waar ze bij slecht weer geboet konden worden. Bij Ézaro stoppen we bij een van de twee Europese watervallen die direct in zee vallen. Jammer dan weer dat ze er een waterkrachtcentrale tegenaan hebben gebouwd. Maar goed, als je erlangs loopt en hem je rug toekeert, is het toch genieten.

Teveel zeebaars

In restaurant Tira do Cordel in Fisterra - een oud familierestaurant met een traditionele sfeer en de naam betekent zo’n beetje: Trek aan het touwtje en kom binnen! - is de chef’s special zeebaars. De vis is gigantisch en te veel voor ons twee, maar voortreffelijk bereid. De kelner kijkt teleurgesteld. De Spanjaarden eten bij de lunch veel meer dan bij het avondeten. Misschien een idee.

Einde van de wereld

Fisterra betekent letterlijk het einde van de wereld. Men dacht dat Fisterra dit ook was totdat Columbus aantoonde dat het anders was. Fisterra is ook het officiële einde van de Camino, waar vermoeide en trotse pelgrims hun wandelkleren verbranden als laatste zuivering voor de terugkeer naar het eigen leven. We zitten even bij de vuurtoren en contempleren over de getijden, de polsslag van de kosmos. 

Eten bij Lucia in Galicie

Onze laatste avond in Galicië brengen we door in La Tafona, het restaurant van Lucía Freitas, waar we eerder boodschappen mee hebben gedaan. Lucia tovert de ene na de andere culinaire creatie op tafel. Indrukwekkende combinaties en smaak-explosies. Goede wijnsuggesties. Kortom: snoepen op hoog niveau! Lucia vertelt dat ze net in New York een restaurant geopend heeft: Tomiño. Ze wil een Ster. Aan ons zal het niet liggen. 

Bij thuiskomst zijn we het erover eens: hier gaan we zeker nog eens naar toe. Galicië is Genieten!


Wilbert en gids
  • Wilbert en gids in Santiago.

Visspecialiteiten

  • Dineer vooral in A Maceta, een modern restaurant, gedreven door een jonge cuisinier, die op zeer originele – bijna Japanse wijze - zalige gerechten op tafel toverde. Vooral veel visspecialiteiten.