
FrankrijkBruisend Montpellier
De sfeer van klein Parijs
De oude binnenstad is autovrij. Alleen voor het bevoorraden van winkels of werkzaamheden kom je als bezoeker binnen. Als we het oude centrum naderen blijkt dat we verkeerd zijn komen aanrijden. Niet handig dus om alleen de straatnaam in de voeren... We moeten 20 minuten omrijden en rijden uiteindelijk onder de Arc de Thriomph door naar een parkeergarage. Deze is wel erg krap. Later blijkt dat een garage dichterbij (de eerste na de Arc de Triomph) een stuk betere keuze is. Daarvoor heeft het hotel bovendien een gereduceerd parkeertarief. Goede les voor de volgende keer.

In de stad lopen we in statige lanen van rond het einde van de 19e eeuw. Afgewisseld met kleinere oudere feeërieke straatjes, ruime pleinen en veel levendigheid op straat. ‘s Avonds is de stad sfeervol verlicht met brasserieën, bars en restaurants. Overal zijn mensen zonder dat het direct een hectische indruk maakt. Er klinkt muziek op straat en ook al is het fris met zo’n 8 á 10 graden, menig student zit buiten. Ook sporadisch een dakloze. Het voelt als Parijs in het klein.
We verkennen de stad op twee manieren. Zelf zwerven we graag rond aan de hand van de stadsplattegrond, maar de volgende dag staat een rondleiding met een gids gepland. We zijn benieuwd of zo’n rondleiding de moeite is en iets toevoegt aan onze informatie via internet.

- Andrea en Gert op de Arc.
Kunst in Montpellier, van klassiek tot Street Art
We starten op de Place Comedie met onze vrije wandeling bij de Opera die prominent achter een oude fontein staat. Het is bewolkt, de straten zijn nog nat. We lopen over het ruime plein (de Esplanade des Arts et de la Culture) richting het bekendste museum van de stad: Musee Fabre. Het huisvest een belangrijke collectie schilderijen en is zo een soort lokaal Rijksmuseum. Wij kiezen voor een selectie van de belangrijkste werken en zien ook kunst van Nederlandse schilders: Jacob van Ruysdeal, Paulus Potter en Jan Steen. Andere hoogtepunten zijn van plaatselijke schilders als Gustave Courbet en Bazille, waarvoor aparte zalen zijn ingericht. Het museum is aan de maat en de kans is dan ook groot dat je elkaar uit het oog verliest, zo ervaren we. Je kunt beter vooraf bedenken wat je wilt zien, anders ontstaat een overvloed aan indrukken.




Bedrog van het oog
Van de klassieke werken is het een kleine stap naar het moderne werk. Street art is ‘een ding’ in deze stad. Soms zijn zelfs hele muren voorzien van afbeeldingen om het straatbeeld op te fleuren. Op de stadskaart zijn de mooiste met een symbool aangeduid als ‘Trompe l’oeil’ (bedrog van het oog). En ja, het is soms erg moeilijk om je niet te laten misleiden door wat je ziet. Bekijk in ieder geval degene recht tegenover de ingang van de kerk Saint-Roch en die bij Saint-Denis. Ook de kleinere Street Art draagt bij tot een verrassende afwisseling in het straatbeeld. En het levert ons een leuke speurtocht op in de wijk Gambetta. Al vinden we ons ook regelmatig voor de etalage van een verleidelijke bakkerij. Kunst schittert hier in vele verschijningsvormen.

- Trompe l’oeil’ (bedrog van het oog)
Parcelle 473
Om een wat minder bekend museum te bekijken nemen we tram 1 richting de wijk Mosson. Inmiddels schijnt de zon weldadig. In een omgebouwde wijnschuur vinden we het urban museum Parcelle473. Street art vind je hier in vele vormen, zowel binnen als buiten. We zien werk van Banksy en Keith Harding. De meeste indruk maken de lokale artiesten met eigen nissen. Een bijbehorende galerie wil je laten verleiden tot aankoop van originele werken. En wie weet, zit er een goede investering tussen? Parcelle473 is verrassend van opzet. Dus als je tijd hebt en dit leuk vindt, zeker doen.



Op pad met stadsgids (en sleutelman) Bruno
Buiten het Office de Tourisme wacht Bruno Martinez ons op. Hij heeft het koud: mutsje op, handschoenen aan. Hij neemt ons mee in de geschiedenis van Montpellier die zo’n 1400 jaar oud is. We lopen eerst naar de oude handelskamer van de stad en regio. Gisteren bleven we hier nog voor staan, want mag je nu zomaar naar binnen? Bruno zet deuren open.

Heiligverklaring
We lopen rustig naar de kerk van St Roch waar we gisteren (achteraf te snel) aan voorbij gingen. De kerk is opgericht ter ere van de patroonheilige Rochus van Montpellier. Hij leefde in de 14e eeuw en schonk zijn vermogen aan de armen en wijdde vervolgens zijn leven aan het bestrijden van de pest. In die tijd overleden hieraan in Montpellier zo’n 500 mensen per dag. Wat een leed! Later vertrekt deze weldoener naar Italië om ook daar de pest te bestrijden. Helaas wordt de arts zelf slachtoffer van de ‘black plaque’. Hij trekt zich terug op een afgelegen plek in een bos. Het wonder is dat er dagelijks een hond komt die hem van brood voorziet. Dit redt zijn leven en hij herstelt van de pest. Hierop keert hij (onherkenbaar) terug naar Montpellier waar hij gevangen wordt genomen omdat hij weigert zijn naam te noemen als men hem voor spion aanziet. Op 30-jarige leeftijd sterft hij. In de kerk zien we vele verwijzingen naar dit verhaal. De heiligverklaring volgt later en als overblijfsel van deze legende worden er op 16 augustus ieder jaar 50 honden gezegend in de kerk van St Roch! Dat moet een unieke belevenis zijn om bij te wonen samen met de bijbehorende processies.

Joods badhuis
Als we voor een vrij anonieme deur staan geeft Bruno aan dat dit een ondergronds Joods badhuis is. En Bruno heeft de sleutels! Zegt hij. Lichte paniek bij onze gids als na het doorzoeken van alle zakken de sleutel niet boven water komt. Hij moet ze toch hebben… Gelukkig komt hij ze tegen in een vergeten zak en kunnen we alsnog naar binnen. Deze Mikvé uit de 12e eeuw is een plek voor spirituele reiniging en de oudheid valt hier op ons.
Arc du Triomph
Even later opent hij zo ook een deur van de indrukwekkende Arc du Triomph (1629). Via een smal draaitrappetje komen we bovenop dit monument. Hier hebben we een uniek uitzicht op het ‘Place royale de Peyrou’ en het gigantische aquaduct uit de 18e eeuw. Van de oorspronkelijke 14 kilometer zijn nog 800 indrukwekkende meters over.
De Botanische tuin die hier vlakbij ligt, is - wel erg preventief - gesloten. Het zou gaan waaien… Jammer, want het is een bijzonder fraaie en oude tuin die we graag wilden bezoeken. Dit is dus niet per definitie altijd mogelijk.


- Mikvé.
Oudste faculteit ter wereld
Als laatste worden we de faculteit voor geneeskunde binnengeleid. Het is de oudste ter wereld, opgericht in 1220 in een prachtig middeleeuws gebouw. Ook hier gaat weer een extra deur open. Bruno brengt ons in de zaal waar de aspirant artsen hun thesis verdedigen en de eed van Hippocrates afleggen. We krijgen als opdracht om het portret van een vrouw te zoeken tussen ‘alle mannen die aan muur hangen.’ Dat valt nog niet mee…tot waarneembaar plezier van Bruno. Met een lichte verwijzing komen we eruit. Maar dus niet iets om te verklappen.


De witte boom in de nieuwe stad
Montpellier bezit naast het oudere deel veel indrukwekkende moderne architectuur. Wandel door de wijk Antigone en waan je in de Griekse oudheid. Verwarrend misschien want deze wijk is in de jaren 1980 ontworpen door architect Ricarco Bofill. Ik ervaar deze buurt als wat desolaat zo in januari, maar Andrea ziet de schoonheid van de omgeving.
Bij de rivier ‘Le Lez’ aangekomen valt een bijzonder wit flatgebouw op: De ‘Arbre Blanc’ (witte boom) trekt alle aandacht. Het dakterras is te bezoeken. Vervolg de wandeling langs ‘Le Lez’ en bekijk het moderne stadhuis en het Pavillon Jean Neuvel. Een fraai voorbeeld van moderne stadsontwikkeling met rondom het water de nodige goede (en niet dure) restaurantjes.

- De witte boom.

Bijzonder lekker eten
Over restaurantjes gesproken: er zijn er natuurlijk veel in deze stad. Wij hebben verrassende ervaringen in het oude centrum;
- Le jardin des Sens in Hotel Richer de Belleval(op de place de La Canourge) heeft naast het sterrenrestaurant een bistro waar je tegen een zeer redelijke prijs in een prachtige omgeving culinair verwend wordt. En de link met Nederland: Alain Caron was hier een periode chef. Er hangt nog een tekening van hem in de lobby.
- Du Petit Jardin(in Rue Jean Jacques Rousseau) heeft ook twee gedeelten; het restaurant en de bistro. Deze laatste heeft ook een mooie prijs-kwaliteit verhouding. Het eten is hier top en de prijs meer dan redelijk voor Nederlandse begrippen.
Daarnaast wemelt het van leuke terrassen en brasserieën voor een aperitief, hapje tussendoor of theemomentje. Wij komen in Japanse thee-sferen bij de la Luce. De plek voor het raam roept vermakelijke reacties op bij passanten: niet gebruikelijk om zo ‘in de etalage’ te zitten blijkbaar…menigeen excuseert zicht of lacht bij het naar binnenkijken.




Montpellier bezoeken in ieder jaargetijde
Onze conclusie is dat een bezoek van Montpellier een afwisselende en energieke ervaring is. Ook in de winter schijnt de zon en als er een buitje valt zijn er genoeg plekken waar je de tijd leuk kunt vullen. Opvallend is dat menigeen tot laat in de avond buiten zit, ook bij lage temperaturen. Het is een meerwaarde om de stad te verkennen met een gids. Dat kan op zaterdag in het Engels of met een individuele tour op jouw moment. De stad komt dan nog meer tot leven en je komt op plekken en bij gebouwen die anders verborgen en gesloten blijven. Andere tip? Koop bij het Office du Toerisme een citykaart om (gedurende een vooraf te kiezen periode) alle musea in te kunnen met vrij gebruik van trams en bussen. Très efficiënt!









