
ItaliëVoorjaar in Zuid-Tirol: vallei vol appelbloesem
Volgens planning naderen we de Reschensee, meteen gevolgd door de Reschenpas en de hoogvlakte van het Obervinschgau. Als we de karakteristieke Zuid-Tiroolse huizen en historische kerken van het dorpje Mals naderen, schijnt de zon volop. In de verte doemen witte lappendekens op, dit keer van fruitbomen vol bloesem. De besneeuwde bergtoppen van het Ortler-massief maken dit unieke witte beeld compleet. Voor een fotogeniek plaatje vinden we, met druk Italiaans verkeer achter ons, geen geschikte plek. We doen het met onze herinneringen aan een eerdere ervaring, fietsend langs de VIA CLAUDIA AUGUSTA.

- Uitzicht over Meran.
- © Erik Lammers.

Geluksgevoel
Wij rijden verder door schilderachtige dorpjes in het Vinschgau en arriveren, vlak voor Meran, in Partschins. Wat een lieflijk dorpje. Via een kronkelweggetje nog een paar kilometer omhoog voor onze overnachtingsplek. Wat een magnifiek uitzicht! Een vallei vol appelbloesem en… het geluid van vrolijk sjilpende vogels. Een geluksgevoel kruipt in onze vezels.
De volgende dag – de zon schijnt alweer volop – trekken we onze wandelschoenen aan. Op een paar passen van onze bestemming begint de Partschinser Waalweg. Dit pad is van oorsprong ontstaan langs een watergoot. Of beter: irrigatiekanaal. Via de Waal werd in de middeleeuwen water naar de landbouwgronden rond Partschins getransporteerd.
Maar vandaag is het een geliefde, rustige wandelroute met veel schaduw, relatief bescheiden hoogtemeters en steeds dat uitzicht op de Vinschgau. Onderweg wisselen prachtige panorama’s elkaar af, wandelend langs korte stroomversnellingen. Heerlijk, die afwisselende mix van kabbelende beekjes en snelstromend water. Ongemerkt klimmen we beetje voor beetje. Vals plat, noemen wielrenners dat.


- Partschinser Waalweg.
Gasthof Wasserfall
We zijn duidelijk nog niet gewend aan dit weer: geen frisse Hollandse wind, maar een zomers aanvoelende temperatuur. Dankbaar voor het schaduwrijke wandelpad wandelen we verder in de richting van de Partschinser Waterval. Tegen het middaguur bereiken we, na vier kilometer, Gasthof Wasserfall. Op vijf minuten loopafstand klettert de Partschinser waterval naar beneden. Onze magen vragen eerst om een lunch, inclusief dorstlesser op het schaduwrijke terras. De huisgemaakte appelsap is een regelrechte verrassing. Ook de eigen Fritatesuppe en Leberkäse mit Bratkarttoffel smaken goed.


Kraan aan
We verlaten het terras, toch wel nieuwsgierig naar de waterval. Over een smal pad, een echte kuitenbijter, lopen we richting het geluid. Twee mannen, op de terugweg van de waterval, maken bij het passeren een flauwe grap: “We hebben de kraan voor jullie aan laten staan.”
Vlak voor ons dendert een hoeveelheid water met duizelingwekkende snelheid naar beneden. Een waterval blijft fascineren!
Voor de route retour kiezen we voor de ‘Partschinser Höhenweg’. Als we van tevoren hadden geweten hoe pittig deze route klimt en daalt hadden we wellicht voor de E-bik gekozen. Maar ja, die naam doet wel iets vermoeden. Gelukkig zorgt het avontuur na elke bocht – steeds met uitzicht op de waterval, ver beneden ons – voor spectaculaire momenten. In de verte zien we zelfs ons hotel liggen. Na behoorlijk wat hoogtemeters, ploffen we eindelijk neer op het terras. Schoenen? Uit! Het is mooi geweest voor een eerste dag wandelen in de Alpen.


Etschradweg
Na een heerlijk ontbijt stappen we op onze e-MTB’s en zoeven naar beneden, op naar het treinstation van Toll. Bij de automaat kopen we twee fietskaartjes, die de hele dag geldig blijven. Verder hebben we geen treinkaartje nodig, want met onze gastenkaart hebben we gratis toegang tot het openbaar vervoer in heel Zuid-Tirol! Wel moeten we nog even onze gastenkaart scannen. Omdat het spoor bezig is met een verduurzaming, is ons eindstation Laas. Later dit jaar rijden hier uitsluitend elektrische treinen, bevestigt een medereiziger. Ook zijn er trein-aansluit-verbeteringen op komst. Dat is goed nieuws voor iedereen die graag met de trein door Zuid-Tirol wil reizen.


Trento, Verona en Venetië
Met Laas als tijdelijk eindstation, vergt het even een Google Maps-inspectie om de fietsroute langs de rivier de Etsch, de Adige in het Italiaans, te vinden. Maar we hebben geen haast, de zon schijnt en de temperatuur is erg aangenaam. Wat willen we nog meer? Een espresso graag, na een treinrit van een uurtje. Maar amper tien minuten later stoppen we al, inderdaad voor een heerlijke espresso. Tijdens het traject Laas – Rabland volgen we de fietsroute langs de Etsch: de Etschradweg. Deze route maakt deel uit van Via Claudia Augusta, een langeafstandsfietsroute die dit dal volgt. Die route buigt bij Bolzano af naar Trento en verder in de richting van Verona en Venetië. Maar zo ver fietsen wij vandaag niet.


Fietsen langs de Etschradweg
Bos, weiland, de woeste rivier de Etsch, een idyllisch kerkje, stoere burchten en appelbomen vol bloesem wisselen elkaar af. Het is bijna te mooi, al die indrukken onderweg. We stoppen af en toe om van de schoonheid van de natuur en bijzondere tafereeltjes in het voorjaar te genieten. Onderweg passeren we Schloss Kastelbell. Door de ligging op een rotskam boven het dorp is het al van ver zichtbaar. Iets verderop passeren we Schloss Juval, de zomerresidentie van Reinhold Messner met het Messner Mountain Museum (MMM Juval). Dit kasteel ligt op een heuvel aan de ingang van het Schnalstal.



- Schloss Juval.
Speeltuintje en zwemvijver
Aan het begin van de fietsroute stroomt de Etsch nog wild, zien we kleine watervalletjes. Maar na het dorpje Naturns heeft het hoogteverschil afgenomen en doet de Etsch het rustiger aan. Het lijkt nu meer op een kabbelend riviertje. Voor de inwendige mens is er langs de fietsroute volop keuze: cafés, ‘radbar/bicigrill’ en restaurants. Aan de bezetting op de terrasjes merken we dat het echte fietsseizoen nog moet beginnen. Wij pauzeren bij een restaurant waar we binnen, op het overdekte terras of buiten kunnen zitten. Er is een klein speeltuintje en een zwemvijver, zeker op zomerse dagen ideaal voor gezinnen. De pasta’s smaken alsof we al heel veel kilometers onderweg zijn. Na een espresso stappen we weer op de fiets voor het laatste traject.


740 meter hoogte
Op het laatste traject tussen Naturns en Rablà ervaren we minder afwisseling, het zijn meer recht-toe, recht-aan fietspaden dan aan het begin van de route. Maar we zijn ook bijna aan het einde van onze fietstocht. In Rablà verlaten we de Etschradweg. We passeren het dalstation van de Texelbahn, slingeren door de lieflijke dorpskern van Partschins en als toetje mogen we nog flink op de pedalen voor de slotklim naar onze eindbestemming op 740 meter hoogte.


Ons verblijf in Zuid-Tirol
Wij verblijven in Hotel Niedermair NatureRetreat, op de zonnige helling van Partschins, omringd door appelgaarden en met magnifiek uitzicht richting Meran en de Vinschgau vallei. Met slechts 32 kamers en een familiaire sfeer ervaren wij een soort van ‘thuiskomen’. De serene stilte, de natuur en het ruimtelijke gevoel bieden meerwaarde. Dat geldt ook voor het restaurant, waar kwalitatief smakelijke en creatieve gerechten worden geserveerd. Opvallend detail: het restaurant lijkt op de vorm van een bioscoop, zodat alle tafels een panoramisch uitzicht bieden over de vallei. Met directe toegang tot vele wandel- en fietsmogelijkheden, is het een fijn adres voor wie actief met culinair wil combineren en een kleinschalig karakter op prijs stelt.





